spain

Taal : Spaans. In de toeristencentra wordt ook veel Duits en Engels gesproken. 
Geld : De Spaanse munteenheid is de EURO.
Klimaat : Hoe meer men naar het zuiden gaat, hoe tropischer het klimaat.
De Balearen hebben een aangenaam klimaat.
De Canarische eilanden zijn heel het jaar door warm en zonnig.

Stranden : Aan de Costa s zijn er meestal fijn-zandige stranden, af en toe baaien met rotsen.
Op de Canarische eilanden zijn de zandstranden van vulkanische oorsprong en meestal zwart gekleurd.

Eten : De Spaanse keuken is heel rijk en gevarieerd.
Elke streek heeft zijn eigen specialiteiten.

Tijd : Zelfde tijd als in België en Nederland.
De tijd op de Canarische eilanden is een uur vroeger dan in België en Nederland.

Documenten :Voor inwoners van de Europese Unie volstaat een identiteitskaart of een geldige reispas.